ESHRE (2010)

In 2006 waren in België 3.3% van de geboortes afkomstig uit ivf-behandeling. De 14 226 geregistreerde transfers resulteerden in 3441 bevallingen met 449 tweelingkinderen en 6 drielingkinderen. Hiervoor werden 22 730 cycli behandeld bij 2165 vrouwen. Het totaal aantal geregistreerde geboortes bedroeg 4019 in de 18 Belgische fertiliteitscentra.

[Mouzon et al. Assisted reproductive technology in Europe, 2006: results generated from European registers by ESHRE. Human Reproduction 2010]

Hoge Gezondheidsraad (HGR 2010)

De Hoge Gezondheidsraad stelt het volgende vast:

“Op dit ogenblik kan IVF worden uitgevoerd indien de behandelende gynaecoloog een attest aflevert dat er een indicatie tot behandeling bestaat en zal de adviserend geneesheer de toestemming tot vergoeding verstrekken, zonder dat er bijkomende criteria tot toelating worden gehanteerd…”

Sinds 2004 is er een toename van behandelingen van 12 344 tot 15 124 in 2008.

De Hoge Gezondheidsraad stelt dan ook:

“De toegankelijkheid zonder toetsing van behandelingscriteria kan mogelijk leiden tot een toename van IVF behandelingen, die niet (of nog niet) noodzakelijk zijn. Om die redenen heeft de HGR geoordeeld dat het goed zou zijn om behandelingscriteria voor te stellen (EBM).”

[HGR 8632 fertiliteit 15 december 2010 voorzitter prof.dr. Petra De Sutter]

Deze behandelingscriteria liggen voor de hand, nl. bewezen infertiliteit na toepassing van Sensiplan.

Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen (NRVZ 2011)

Het advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen van 12 mei 2011 bevestigt dat de volgende handelingen routinematig worden aangeboden: ovulatiemonitoring, ovulatie-inductie met clomifeencitraat, ovulatie-inductie met gonadotrofines en IUI.

De wet voorziet één centrum per 700 000 inwoners, maar in werkelijkheid is er het dubbele aantal.

De NRVZ voorziet “een systematische toetsing van de criteria tot behandeling reproductieve geneeskunde per centrum.” Verder vraagt de NRVZ “een volledige registratie van alle behandelingen reproductieve geneeskunde.” De NRVZ vraagt ook “ de omschrijving basiszorg reproductieve geneeskunde met o.m. ovulatie-inductie en IUI-behandeling.” Met geen woord wordt gerept over vruchtbaarheidservaring.

[NRZV/D/326-3]

De Sociale Staat van Vlaanderen (2011)

“1 bevalling op de 18 in Vlaanderen is het resultaat van medisch begeleide bevruchting, wat opmerkelijk is. Dit cijfer (2009) stagneert tegenover 2008, maar blijft hoog. De technieken die hierbij gebruikt worden, leiden onvermijdelijk tot een hoger aantal meerlingen. Met 1.209 tweelingen (1,8%) hebben we in Vlaanderen in 2009 – op 2008 na – het hoogste absolute aantal sinds 1987. De meeste tweelingen ontstaan nog steeds spontaan, maar de medisch begeleide bevruchting zorgt voor 40 % van de tweelingen (SPE, 2010).”

Het gaat hier om 2573 tweelingkinderen en 52 drielingkinderen t.o.v. 67 299 eenlingkinderen of 3,75%. Hiervan is 40% of 1050 meerlingkinderen op 3893 medisch begeleide voortplantingen. Dus 27% van de ART-behandelingen die leiden tot een baby take home resulteert in een meerling.

Advertenties